Zelf een DIY Lamp maken

Een DIY lamp maken is een klusje waarvoor je beslist geen doorgewinterde doe-het-zelver hoeft te zijn. Er zijn zoveel simpele mogelijkheden om de meest uiteenlopende voorwerpen en materialen om te toveren tot een unieke hanglamp, staande lamp of wandlamp. Wat rondkijken op het internet zal je creativiteit zeker aan het werk zetten. Je vindt er niet alleen allerlei ideeën voor DIY lampen, maar vaak ook complete beschrijvingen. Kijk bijvoorbeeld eens bij deze uitgebreide inspiratiebron van vtwonen.

In dit artikel willen we het dan ook niet hebben over het ontwerp van je lamp, maar over alle andere zaken die je tegenkomt wanneer we zelf een lamp maken. Dingen als: welke basismaterialen en gereedschappen heb je nodig, hoe ga je te werk, welke veiligheidsmaatregelen moet je nemen? Daarnaast geven we een korte uitleg over de verschillende soorten lampen en advies over de beste verlichting voor verschillende plekken in huis.

Materialen en gereedschappen

Afhankelijk van het soort DIY lamp zal je deze materialen nodig hebben:

  • snoer
  • lampfitting
  • lamp
  • stekker
  • kroonsteentje

Tip: Het snoer dat je kiest kan – vooral bij een hanglamp – een mooie bijdrage leveren aan het ontwerp. Vooral strijkijzersnoer, met zijn uitgebreide keuze aan kleuren, heeft een decoratieve waarde.

En deze gereedschappen zijn onmisbaar:

Afhankelijk van het ontwerp en de materialen waarvan we zelf een lamp maken is deze lijst gereedschappen natuurlijk eindeloos uit te breiden met verschillende soorten zagen, boormachine, glassnijder, soldeerbout enz.

DIY lamp voorbereidingen

Zoals voor elke klus geldt: maak een lijstje van alles wat je nodig hebt en controleer of je alle materialen en gereedschappen bij de hand hebt voordat je begint.

Meet de hoeveelheid snoer en neem het iets ruimer dan je nodig denkt te hebben, zeg een halve meter extra. Dan heb je de ruimte om een foutje te maken bij het strippen van de draad of wanneer je op het laatste moment besluit om de bevestiging anders uit te voeren met bijvoorbeeld een lus of een knoop in het snoer.

Snoer strippen

De volgend stap is het strippen van het snoer. Dat gaat het beste met een striptang, want die is er speciaal op gemaakt om de isolatie te verwijderen zonder de stroomdraden te beschadigen. Hier vind je een informatief artikel over de verschillende soorten striptangen en het gebruik. Strip de buitenmantel en haal vervolgens circa 1 centimeter van de isolatie van de stroomdraden weg.

De fitting aansluiten

Draai de fitting open om bij het contactplaatje te komen. Het eerste wat je nu doet is de trekontlaster op het snoer schuiven. De schroefdraad moet naar beneden gericht zijn. Nu trek je de draad van bovenaf door het bovenste deel van de fitting. Draai vervolgens de schroefjes op het contactplaatje van de fitting iets los en steek de gestripte uiteinden van de stroomdraden erin. Al het koper moet onder de schroefjes zitten. Draai de schroefjes stevig vast, zet de fitting weer in elkaar en draai tenslotte het schroefje op de trekontlaster vast.

De verschillende draadkleuren

Het snoer dat je hebt gekozen kan twee of drie elektriciteitsdraden bevatten, in verschillende kleuren. En wanneer je een wandschakelaar open schroeft, zie je nog een vierde kleur. De functie van deze verschillende draden is als volgt:

  • Bruin: de fasedraad – de aanvoerdraad van de stroom
  • Blauw: de nuldraad – de afvoerdraad van de stroom
  • Geel/groen: de aardedraad – zorgt voor ontlading en afvoer van spanning
  • Zwart: schakeldraad – draad waar stroom doorgaat bij aan- en uitsignaal van schakelaars

Wanneer het snoer drie draden heeft en de fitting slechts aansluitpunten voor twee, sluit je alleen de bruine en blauwe draad aan.

Een lamp met een stekker

Een staande lamp of een schemerlamp zal vaak voorzien zijn van een snoer met een stekker. Omdat er weinig mensen rondlopen die nog nooit zelf een stekker hebben aangesloten, houden we het kort: zorg dat het koper volledig in de pootjes van de stekker verdwijnt en draai alle schroefjes – ook die van de trekontlaster – stevig aan.

Een lamp aansluiten op het lichtnet

Een lamp aansluiten op het lichtnet vraagt wat meer aandacht. En die aandacht begint met je ervan te verzekeren dat er geen stroom op de draden van de contactdoos zit. De zekerste manier is heel simpel het afsluiten van de elektriciteit in de meterkast. Dat kan door één groep uit te schakelen of – het zekere voor het onzekere nemend – de hoofdschakelaar om te draaien. Met een spanningsmeter/schroevendraaier kan je controleren of de stroom er werkelijk af is.

Een DIY hanglamp aansluiten

In de meeste woningen is de aansluiting van een hanglamp voorzien door middel van een zg. centraaldoos in het plafond. Nadat je het deksel van deze contactdoos hebt afgeschroefd, verbind je de draden uit het pafond en die uit je snoer met een kroonsteentje. Gewoonlijk is de draad waar stroom op zit een zwarte schakeldraad, die verbind je met de bruine fasedraad van het snoer. De blauwe nuldraden en eventueel de geel/groene aardedraden verbind je met elkaar. Wanneer je in een oud huis woont, is het mogelijk dat de kleuren niet overeenkomen, omdat de elektrische bedrading nog de volgens de oude standaard is aangeduid. In dat geval geldt meestal:

  • Groen: fasedraad
  • Rood: nuldraad
  • Grijs: aardedraad
  • Zwart: schakeldraad

Tenslotte bevestig je de afdekkap van de DIY hanglamp om de verbinding in de centraaldoos aan het zicht te ontrekken.

Een (hang) lamp ophangen

Het gewicht van een hanglamp toevertrouwen aan de kwetsbare verbinding van de draden in het kroonsteentje is geen goed idee. Hang hem altijd aan het haakje in de plafonddoos of bevestig zelf een haak in het plafond. Is het plafond van beton, dan kun je eenvoudig een gaatje boren en een plug gebruiken. Kijk in de centraaldoos waar de draden vandaan komen om te voorkomen dat je in een kabel boort. In een gipsplaten plafond kun je wel een lichte plafonnière vastschroeven, maar een (hang) lamp ophangen van enig gewicht, zal je aan een dwarsbalk moeten doen.

Tip: Hang je een lamp boven de eettafel, hang hem dan voldoende laag, zodat je niet direct in de lamp kijkt. Zo’n 80 cm boven het tafelblad is de juiste hoogte voor de onderkant van de lampenkap.

Welke lamp kies je voor je DIY lamp?

In onze taal is het een beetje verwarrend dat met ‘lamp’ zowel de lamp zelf als het armatuur wordt bedoeld. Vroeger konden we nog spreken van een peertje, maar tegenwoordig is de keuze aan lichtbronnen veel uitgebreider. We zetten de meest gangbare typen hier op een rijtje: welke eigenschappen hebben ze en voor welke plek in huis zijn ze geschikt?

Gloeilamp

De goeie ouwe gloeilamp is goedkoop in de aankoop, maar niet erg zuinig in het gebruik. Het meest geschikt voor ruimten waar alleen zo nu en dan even het licht wordt aangeknipt.

LED lamp

LED lampen geven hetzelfde zachte witte licht als gloeilampen, maar zijn veel zuiniger in energieverbruik: tot wel 90%. Ze gaan gemiddeld 15 tot 20 jaar mee, zijn praktisch onbreekbaar en worden niet warm. Ideaal dus voor onze zelfgemaakte lamp die minder hittebestendig is. LED lampen zijn bruikbaar voor de meest uiteenlopende toepassingen en zijn ook te koop in een uitvoering die je kunt dimmen. Dat is bijvoorbeeld een goede keus voor een DIY hanglamp boven de eettafel, waar je soms gezellig wilt tafelen bij gedempt licht en een andere keer veel licht nodig hebt om bij te werken.

Spaarlamp

Energiezuinig en goedkoper dan LED lampen. Een spaarlamp gaat gemiddeld 10 jaar mee, maar aanzienlijk korter als ze veel aan- en uitgeschakeld wordt en steeds korte tijd brandt. Dat maakt ze minder geschikt voor ruimten waar je steeds maar korte tijd doorbrengt, zoals bijvoorbeeld het toilet of de overloop.

Halogeen lamp

Ideaal voor spots en plaatsen waar je fel licht nodig hebt. Omdat alle halogeenlampen dimbaar zijn kunnen ze ook als sfeerverlichting dienen. Ze zijn wel minder energiezuinig dan de bovenstaande lampen en hebben een levensduur van ca. 2 jaar.

TL-buizen

Met de soorten van warmere kleuren en speciale vormen zijn de TL-buizen van tegenwoordig ook geschikt voor thuis. Voor creatieve lampenmakers bieden ze inspirerende mogelijkheden. Ze paren een lange levensduur aan een laag stroomverbruik, maar zijn moeilijk te dimmen. De meest energiezuinige versie is momenteel de LED TL-buis.

Tip: Let op het wattage. Op de verpakking van een lamp staan verschillende gegevens vermeld, zoals het aantal Lumen, dat de lichtopbrengst van de lamp aangeeft. De energieklasse (A++ is het zuinigst, E het minst zuinig) en het wattage (W). Vooral dat laatste is belangrijk vanuit veiligheidsoogpunt, want de lamp mag niet meer Watt hebben dan de fitting aankan. Is het wattage van een lamp te hoog voor de fitting, dan kan deze smelten en ontstaat er brandgevaar.

Share
  • WordPress
  • Google Plus
  • Facebook

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *