Gereedschappen die je nodig hebt

LED of halogeen?

Als je spots wilt inbouwen, heb je de keuze tussen twee types: LED spots en halogeenspots.

LED spots zijn duurder dan halogeenspots, maar daartegenover staat dat ze minder stroom verbruiken en langer meegaan. Ook geven ze minder warmte af, waardoor je minder voorzorgen hoeft te nemen bij de installatie.

Halogeenspots geven het mooiste licht. Ondanks de lagere aanschafprijs zijn ze niet echt voordeliger dan LED spots vanwege het hogere energieverbruik. Ze worden erg warm, iets waar je rekening mee moet houden bij het inbouwen.

230V of 12V?

De tweede keuze die je moet maken is tussen spots die werken op netstroom of op zwakstroom. Allebei hebben ze hun voor- en nadelen.

12V

Zwakstroom halogeenspots geven meer licht dan halogeenspots op 230V. Een 20W 12V spotje heeft dezelfde lichtopbrengst als een 230V spotje van 50W. 12V lampen gaan bovendien langer mee omdat ze minder spanning moeten verwerken. Het licht is witter dan dat van 230V spots, wat misschien prettiger is om bij te werken, maar minder gewenst voor sfeerverlichting. Voor 12V spots heb je een transformator nodig, waarvoor je ergens een plek moet vinden.

230V

Halogeenspots die direct op netstroom werken geven een warmer licht, ongeveer zoals een traditionele gloeilamp. Bij dimmen kleurt het licht enigszins oranje. Ze hebben een kortere levensduur dan 12V spots en je hebt minder keuze in wattages. Een voordeel is dat ze kunnen worden gebruikt in volle plafonds, waarbij je niet over een holle ruimte beschikt om de transformator weg te werken. Qua verbruik is er geen verschil tussen beide mogelijkheden.

Plafondspots inbouwen stap voor stap

1. Lees de meegeleverde instructies. Hierin vind je informatie over de installatie en de veiligheidsrichtlijnen die specifiek voor jouw aankoop gelden.

2. Teken op het plafond de cirkels af waarin de spotjes komen. Een passer is hiervoor het handigst. De spotjes moeten minstens 30 centimeter van elkaar verwijderd zijn, en speciaal bij halogeen dient er voldoende vrije ruimte boven de spots te zijn (ca. 15 cm) zodat de warmte weg kan. Verwijder eventueel isolatiemateriaal waar de spots komen.

3. Maak nu de gaten. Het snelst en nauwkeurigst gaat dit met een gatenzaag in de juiste maat op je boormachine, maar je kunt ook een decoupeerzaag gebruiken.

Zoek naar gatenzagen

4. Schakel de stroom uit.

5. Bevestig (bij 12V spots) de transformator op een plaats waar je er later nog makkelijk bij kunt, bijvoorbeeld om een kapotte zekering te vervangen.

6. Trek de snoer door het boorgat en strip de kabels max. 1 cm bloot met een striptang. Klem de uiteinden vast in het contactdoosje van de spot.

Tip: Zelfs een bescheiden gereedschap als een striptang is er in verschillende uitvoeringen, zoals je kunt lezen in Soorten striptangen en hoe ze werken.

7. Klem de spots vast. De meeste spots zijn uitgerust met een klemmechanisme met 2 veerklemmen, die je naar binnen drukt als je de spot in de opening duwt.

8. Bevestig de lampjes. 12V halogeenspots hebben meestal een systeem met twee contactpinnen, 230V spots een bajonetsluiting.

Let op: raak een halogeen lampje nooit met blote handen aan, want dat is genoeg om het te laten doorbranden. Gebruik een zakdoek of een ander doekje om het vast te houden.

Spelen met spotlicht

Inbouwspots zijn te koop in een variatie aan kleuren, materialen, designs en lichtsterkten. Door verschillende spots te combineren kun je allerlei accenten aanbrengen in je woonleven. Met richtbare spotjes kun je bijvoorbeeld een mooie kamerplant of een schilderij uitlichten en zo zijn er tal van mogelijkheden. Bedenk dus eerst welke effecten je wilt bereiken voordat je een keuze maakt.

Spelen met licht kan op veel manieren. Kijk ook eens naar ons blogartikel Zelf een DIY lamp maken.